Eigenaar / Landschapsarchitect
De Waddenkust is een landschap van overvloed. Buitendijks bepalen getij, sedimentstromen, seizoenen en de overgang van zoet naar zout voortdurend de omstandigheden. Die dynamiek maakt ruimte voor wadvogels, trekvissen, schelp- en schaaldieren en een grote variatie aan flora. Binnendijks zorgt de vruchtbare zeeklei voor gecontroleerde productie. De noordelijke kleischil is een belangrijk landbouwgebied. Duizenden tonnen pootaardappelen gaan jaarlijks vanuit Groningen de wereld over.
Maar het systeem verandert. Zeespiegelstijging, verzilting, droogte en extreme neerslag zetten de landbouw onder druk. Een landbouwsysteem dat is gericht op enkele gewassen en maximale controle wordt daardoor kwetsbaarder. Tegelijkertijd staat het buitendijkse intergetijdenlandschap onder druk door de stijgende zeespiegel. De vraag is daarom niet hoe we de huidige omstandigheden zo lang mogelijk kunnen vasthouden. De vraag is: hoe kunnen we de veranderende dynamiek van de kust gebruiken om voedsel te blijven produceren en natuur te behouden?
Flux draait het perspectief om en komt met het concept de Eetbare Waddenkust. In plaats van verschillen tussen nat en droog, zoet en zout, hoog en laag zoveel mogelijk uit te schakelen, worden ze het uitgangspunt voor het ontwerp. We lezen de bodem, het water, de hoogte, het zoutgehalte en het klimaat als verschillende condities. Elke conditie biedt andere mogelijkheden voor natuur en voedselproductie. Door deze condities ruimtelijk te organiseren ontstaat een kustlandschap dat niet afhankelijk is van één gewas of één optimale situatie, maar dat diversiteit biedt.
Een dynamisch voedsellandschap
Op de hogere, zoete gronden blijven gewassen groeien. Lagere en nattere gebieden bieden ruimte aan andere teelten. Aan de overgang naar het zoute water ontstaan mogelijkheden voor zeekraal, wieren en schelpdieren. Zo worden natuur en voedselproductie onderdeel van hetzelfde dynamische landschap. De Waddenkust wordt daarmee een brede, diverse zone. Niet één landschap voor landbouw en een ander voor natuur, maar een landschap waarin de verschillende vormen naast elkaar bestaan. De condities van de plek bepalen wat er kan groeien, worden geteeld of worden gevangen.
Het menu van 2100 begint bij wat het landschap kan dragen. Naast aardappelen en andere gewassen komen lokale producten als kokkel, zeekraal, mosterd, snijbiet en spiering op tafel. Ook wieren en insecten kunnen deel worden van het voedselsysteem. De variatie van het landschap wordt zo ook de variatie van het menu. Waar het huidige systeem sterk leunt op bulkproductie van enkele gewassen, ontstaat ruimte voor een veel breder palet aan producten.
De Eetbare Waddenkust kijkt verder dan productie alleen. Boerenbedrijven kunnen grondstoffen, reststromen en voeding met elkaar uitwisselen. Lokale verwerking maakt nieuwe producten van Groningse bodem en water mogelijk en zorgt voor meer waarde in de regio.
Veevoer en meststoffen kunnen opnieuw onderdeel worden van lokale kringlopen. Zo ontstaat een kustlandschap waarin bodem, water, natuur, landbouw en dorpen met elkaar verbonden zijn. De Waddenkust blijft productief door niet tegen de dynamiek van het landschap in te werken, maar de verschillen in nat en droog, zoet en zout, hoog en laag als kracht te benutten.